Collectief particulier opdrachtgeverschap in perspectief

We zien allerhande collectieve woonvormen verrijzen, zoals voor ouderen en welgestelde mensen, vaak gerealiseerd door professionele opdrachtgevers. In diverse publicaties worden deze nieuwe tendensen bestudeerd. Echter in deze bijdrage ligt de nadruk op het in kaart brengen van de architectonische traditie van gebouwen die in het verleden door collectief particulier opdrachtgeverschap tot stand zijn gekomen.


Emancipatie collectieven

In emancipatie collectieven gaat het om het realiseren van een maatschappelijk alternatief op de schaal van een overzichtelijke groep. Hoewel op dit moment in het collectief opdrachtgeverschap juist afstand wordt genomen van emancipatiemotieven moet hieraan toch aandacht worden geschonken, niet alleen vanwege de resultatenmaar ook vanwege de originaliteit van de ideeën en het bewonderenswaardige doorzettingsvermogen van de initiatiefnemers.

Communes
Een voorbeeld van een commune zijn de ‘perfectionisten’ uit Oneida in de Verenigde Staten (1848) [22, 23]. Naast gemeenschappelijk bezit kende deze gemeenschap aanvankelijk twee gebruiken: ‘mutual criticism’ en ‘complex marriage’.Was het eerste gebruik gericht op het perfectioneren van de persoonlijkheid, het tweede hield in dat de leden zich ‘als groep getrouwd voelden’. Deze gebruiken vielen slecht bij de Amerikaanse overheid, waardoor de commune evolueerde tot een coöperatieve gemeenschap. Bekend zijn ook de communes van recentere datum, zoals die uit de zestiger jaren van de vorige eeuw. In Nederland hebben deze collectieven zich, tijdens de decennia van de kraakbeweging, vaak genesteld in oude monumentale panden. [24]

Praktische woongemeenschappen en vrouwenemancipatie
In Europa ontstaat rond 1900 de Einkücherhaus beweging. Zo verrijst tussen 1903 en 1905 het Centralbyggnad in Kopenhagen van Otto Fick [25, 26]. Dit complex bestaat uit goed uitgeruste centrale voorzieningen, waaronder een grote keuken en een gemeenschappelijke eetzaal in combinatie met compacte woningen. Door het vereenvoudigen van het huishouden kwam voor de vrouw tijd vrij en kon de hoeveelheid personeel worden beperkt. Een modernistisch voorbeeld is het collectieve woongebouw in Stockholm naar een ontwerp van Sven Markelius (1935). [27, 28] Het bestaat uit kleine wooneenheden en collectieve voorzieningen zoals een keuken, kinderopvang en huishoudelijke diensten op de begane grond.

Cohousing
In Denemarken zit het collectief opdrachtgeverschap, lijkt het, van nature in de genen. Hier bestaat ook al sinds lang een cultuur van collectief eigendom van de gronden rond dorpen. Vanaf 1968 krijgt deze traditie een nieuwe impuls en ontstaat het fenomeen Cohousing. De architect Jan Gudmand-Høyer is hierin een centrale figuur. Hij publiceert in 1968 het artikel: ‘The missing link between Utopia and the dated One-Family House’. Eerder verschijnt in 1967 een artikel van Bodil Graae: ‘Children should have one hundred parents’. Deze twee artikelen vormen de inspiratiebron voor vele gemeenschappen. Eind zeventiger jaren richt alweer Høyer een interdisciplinaire organisatie op met als doel het bieden van ondersteuning door advocaten, architecten, bouwtechnici en sociologen aan collectieven. [29, 30, 31, 32] In dezelfde periode ontstaat ook bij de overheid het idee dat deze woonvorm misschien een oplossing kan bieden voor maatschappelijke ontwikkelingen, waaronder de druk op het gezin, het grote aantal echtscheidingen, het toenemende isolement, beide ouders die werken en kinderen die vooral zijn aangewezen op kinderopvang. In 1981 komt er daadwerkelijke steun van de overheid door het instellen van overheidssubsidie. Hierdoor wordt deze woonvormbetaalbaar voor een veel bredere bevolkingsgroep.

Centraal Wonen
Centraal Wonen is de Nederlandse variant van Cohousing. Het idee van Centraal Wonen begint in 1969met de oproep van Lies van den Donk-Dooremaal in een landelijke krant: ‘Wie ontwerpt een wooneenheid met een centrale keuken, een eetzaal, een wasserij, een kindercrèche, studieruimte, gezamenlijk te gebruiken logeerkamers en daarboven of daaromheen eigen kleine wooneenheden voor elk gezin: een woonkamer, wat slaapkamers, een piepklein keukentje, een douche en een toilet?’. Na veel doorzettingsvermogen van de initiatiefnemers wordt in 1977 het eerste Centraal Wonen complex betrokken in Hilversum. [33] Het ontwerp met zijn voor die tijd karakteristieke kleinschalige uitstraling, opvallende ronde daken en heldere kleurstelling is van architectenbureau Leo de Jonge in samenwerking met Pieter Weeda. Het complex bestaat uit een autovrije straat met vijftig woningen, verdeeld in clusters van vier à vijf woningen. Elke cluster heeft een tuin, een berging en een zogenaamde ‘clusterkeuken’. Verspreid in de straat liggen de voorzieningen voor de hele gemeenschap, te weten: een ontmoetingsruimte met tuin, een hobbyruimte, een sauna, drie logeerkamers en twee activiteitenruimten (nu verhuurd als bedrijfsruimte). Na de realisatie van het complex wordt veel tijd geïnvesteerd door de bewoners in het op gang houden van de gemeenschap. Medio jaren negentig zijn er 74 Centraal Wonen complexen, allen gebouwd op initiatief van bewoners, zowel in de huur als in de koopsector, als inmengvormen van beide. De grootte van de complexen varieert tussen 3 en 160 eenheden.


Bron: Bouwen met je buren - deel 2. Auteur Arjan Hebly. Uitgave STAWON

Bouwen met je buren is een nuttige handleiding voor architecten en opdrachtgevers die zich met collectief particulier opdrachtgeverschap bezig houden. De uitgave bestaat uit twee losse delen.
(samen 86 pagina's; 24 x 17 cm)

De losse delen zijn samen te bestellen voor € 12,00
  • Baas in eigen huis
  • Onervaren, kritische en bijzondere opdrachtgevers
  • Wie begeleidt het proces?
  • Bouwen met je buren, een vak apart!
  • Bouwen met je buren in de praktijk