Collectief particulier opdrachtgeverschap in perspectief

We zien allerhande collectieve woonvormen verrijzen, zoals voor ouderen en welgestelde mensen, vaak gerealiseerd door professionele opdrachtgevers. In diverse publicaties worden deze nieuwe tendensen bestudeerd. Echter in deze bijdrage ligt de nadruk op het in kaart brengen van de architectonische traditie van gebouwen die in het verleden door collectief particulier opdrachtgeverschap tot stand zijn gekomen.


De kiem van de vroeg utopische collectieven

Achter collectieve woonvormen gaan in veel gevallen idealistische motieven schuil. Deze woonvorm wordt gezien als één van de remedies voormaatschappelijke problemen. Belangrijke drijfveren zijn: collectief eigendom, zelfvoorzienendheid, het bieden van een alternatief voor het gezin, socialisme en feminisme. Vanaf het begin van de negentiende eeuw ontstaan er allerhande utopische theorieën en ook enkele gebouwde experimenten. Letterlijk is hier van collectief opdrachtgeverschap geen sprake,maar omdat het gedachtegoed uit die periode zo’n belangrijke invloed heeft gehad besteden we er toch aandacht aan.

Centralistische collectieven
In de roerige periode van voor en na de Franse Revolutie (1789) komt met name het model van een rond een werkgemeenschap gestichte gemeenschap tot ontwikkeling. Het centralisme van de Franse maatschappij wordt, zo lijkt het, verdubbeld in streng geometrisch geordende complexen. Een magistraal voorbeeld hiervan is La Saline (1774-1779), ontworpen door Nicolas Ledoux. [12, 13] De theoreticus Charles Fourier gebruikt rond 1800 als eerste het woord feminisme voor de onderdrukking van de vrouw en ontwerpt de zogenaamde Phalanstère. Dit complex, voor 1800 personen, bestaat uit een middendeel met twee vleugels ter weerszijde. Het middendeel is bestemd voor rustige activiteiten zoals eetkamer, bibliotheek en studievertrekken; één vleugel voor luidruchtige activiteiten, zoals het uitoefenen van ambachten en het domein van de kinderen, de andere vleugel is de zogenaamde ‘karavanserai’: de plaats waar de uitwisseling met de omgeving plaatsvindt met hallen en feestzalen. [14] De Phalanstère is van grote invloed geweest op collectieve woonvormen van daarna, zoals de ontwerpen van de Unité d’Habitation van Le Corbusier [15]. De meest omvattende realisatie uit die periode is de Familistère van André Godin in Guise (1859). [16, 17] Bij een fabriek voor kachels wordt een imposante woonomgeving geschapen bestemd voor 300 gezinnen, vandaar de naam familistère.

Het collectief van de Tuinstad
In de invloedrijke publicatie ‘Garden Cities of Tomorrow’ van Ebenezer Howard uit 1898 wordt een nieuwe organisatie van de stad uiteengezet. De Tuinstadgedachte gaat uit van economisch onafhankelijke steden en collectief eigendom van grond en productiemiddelen. Als bouwsteen van deze Tuinsteden wordt samen met Barry Parker en Raymond Unwin het zogenaamde ‘Cooperative Quadrangle’ [18, 19] ontwikkeld: een huizenblok rond een gemeenschappelijke tuin, omzoomd door galerijen en met gemeenschappelijke voorzieningen zoals een wasplaats en keuken. Er is een overeenkomst te ontdekken tussen de opzet van deze Quadrangles en de bovengenoemde kloosters. De manier waarop in dit model de stad als geheel is geleed en de manier waarop de woongebouwen zijn verweven met het groen is van grote invloed geweest op de stedelijke planning in heel Europa en op bijna alle collectivistische vormen van wonen daarna. Het Russische experiment In de negentiende en begin twintigste eeuw krijgt door een revolutie en onder aanvoering van denkers als Marx, Bakoenin, Tolstoi en Kropotkin een socialistische samenleving vorm. Na de Russische Revolutie (1917) zijn extreme ruimtelijke concepten uitgedacht. Het niet-gerealiseerde ontwerp voor de Dom Kommuna [20, 21] van Barsc en Vladimirov uit 1929 gaat daarin zo ver dat het gezinsverband teniet wordt gedaan door de 1680 bewoners naar leeftijdsgroepen onder te brengen in een modernistisch vormgegeven industrieel complex.


Bron: Bouwen met je buren - deel 2. Auteur Arjan Hebly. Uitgave STAWON

Bouwen met je buren is een nuttige handleiding voor architecten en opdrachtgevers die zich met collectief particulier opdrachtgeverschap bezig houden. De uitgave bestaat uit twee losse delen.
(samen 86 pagina's; 24 x 17 cm)

De losse delen zijn samen te bestellen voor € 12,00
  • Baas in eigen huis
  • Onervaren, kritische en bijzondere opdrachtgevers
  • Wie begeleidt het proces?
  • Bouwen met je buren, een vak apart!
  • Bouwen met je buren in de praktijk